Lars Rustenburg runt samen met zijn familie en 100 vrijwilligers het Oorlogsmuseum in Medemblik. “Zonder vrijwilligers geen museum,” zegt hij. “Zij zijn de motor.” Maar het werkt twee kanten op: het museum brengt ook verbinding, samenhorigheid en soms zelfs een levensdoel. “Dankzij ons klimmen jongeren uit die mobiel.”
Hoe het begon
Wanneer de ouders van Lars hun 50e verjaardag zien naderen, willen ze iets terugdoen voor de samenleving – het liefst voor jongeren uit groep 6, 7 en 8. Hun idee: jongeren meegeven wat vrijheid betekent en wat er nodig is om goed samen te leven. “In de Tweede Wereldoorlog moesten er keuzes gemaakt worden die directe gevolgen hadden voor anderen. Het doel van het museum is om vanuit die geschiedenis te laten zien dat ook jij vandaag de dag keuzes maakt die impact hebben, op jezelf én op de ander. Soms pakt dat positief uit, soms negatief, maar altijd draag je daarin je eigen verantwoordelijkheid.”
Met die boodschap besluiten de ouders van Lars een educatief centrum te starten. Op weg naar de notaris blijkt dat er drie personen nodig zijn om een stichting op te richten. Lars is net achttien en sluit zich aan. Zijn vader wordt voorzitter, zijn moeder secretaris en hijzelf penningmeester. “In het begin hielp ik zo’n vijf uur per week mee om het initiatief van mijn ouders van de grond te krijgen.” In een industriepand bouwen ze een dorp uit de jaren ’40 na. Het blijkt een klus die vooral veel slopen en timmeren vraagt. Zodra dat staat, helpt Lars zijn moeder mee met het ontwikkelen van het lesprogramma volgens het Escaperoom-concept voor jongeren.
Droombaan
Ondertussen rondt Lars zijn studie af. Na een jaar werken neemt hij het besluit een tussenjaar te nemen om uit te zoeken welke richting hij op wil met zijn leven. Dat jaar blijkt vooral in het teken te staan van het museum. Er is nog zoveel te regelen: er is geen verzekering, geen vergunning, geen marketing, geen website, geen Facebookpagina… “In dat tussenjaar besloot ik om alles op te pakken,” vertelt hij.
Een half jaar later weet hij het zeker: dit is het. “Ik dacht: ik wil geen andere baan zoeken. Als ik dit als mijn droombaan kan doen, dan is dat geweldig.” Lars stort zich volledig op het museum en na ruim een jaar lukt het om er een kleine vergoeding voor te krijgen. Totdat een paar maanden later de coronacrisis uitbreekt. “Met vallen en opstaan zijn we daar doorheen gekomen. Waar we eerst met z’n achten waren, zijn we nu gegroeid naar vijftien medewerkers, zeven bestuursleden en ruim honderd vrijwilligers.”
Vrijwilligers
En dat is best uitzonderlijk, want Lars weet als geen ander hoe lastig het is om vrijwilligers te vinden. Hij begon zelf al als vijftienjarige vrijwilliger in het museum en kent dus beide kanten. “We hebben er veel werk aan om ze binnen te halen, maar minstens zoveel om ze ook te laten blijven. We laten vrijwilligers altijd oprecht weten dat we ontzettend blij en dankbaar zijn voor wat ze doen. Zij zijn de motor van het museum.”
De taken van vrijwilligers lopen uiteen van rondleidingen geven tot achter de entreebalie staan en schoolklassen begeleiden. Maar er zijn ook andere dingen te doen: chauffeurs verzorgen rondritten met bezoekers in originele W.O.II-legertrucks en/of onderhouden ze, er wordt gekookt op originele W.O.II-veldkookstellen waarbij door de museumkoks uitleg wordt gegeven, en je kunt zelfs oorlogstaart of een lunch in jaren ’40-stijl proeven. Daarnaast zijn er vrijwilligers die zich met de collectie bezighouden: alle schenkingen worden geregistreerd, onderzocht en krijgen een plekje in de tentoonstelling. “Zo draagt iedereen op zijn eigen manier bij, en dat maakt het zo bijzonder.”
Voorbeeldfunctie
Dat dit goed loopt, is geen toeval. Lars vertelt dat ze werken volgens de zogenoemde 5xB-methode: binnenhalen, begeleiden, belonen, beëindigen en borgen. “Het gaat erom dat je niet alleen moeite steekt in het binnenhalen van mensen, maar ook in hoe ze hun tijd bij ons ervaren – tot aan het moment dat ze weer vertrekken. Zo zorgen we voor structuur én voor een warm bad.”
Nieuwe vrijwilligers vinden gebeurt vaak mond-tot-mond, via bestaande vrijwilligers, of door laagdrempelig een bezoeker aan te spreken. Daarnaast werft het museum nieuwe vrijwilligers via flyers, goodiebags voor schoolklassen en groepsarrangementen, vrijwilligersbeurzen en speciale inloopavonden. “Tijdens zo’n avond kunnen geïnteresseerden meekijken met wat vrijwilligers hier doen. Vaak leidt het ertoe dat de helft van de bezoekers op zo’n avond besluit om daadwerkelijk vrijwilliger te worden.”
Dat deze aanpak werkt, blijkt wel uit de belangstelling van buiten de regio. “We zijn zelfs in Zeeland gevraagd om een presentatie te geven bij het Watersnoodmuseum aan een stuk of 15 musea over hoe wij dit doen,” vertelt Lars trots. Tegelijkertijd merkt Lars lachend op dat niet iedereen vrijwilliger kan maar vooral wil worden: ‘’Mensen zeggen dat ze het al veel te druk hebben, wonen helaas te ver weg met 15 tot 30 minuutjes rijden – of denken dat het alleen kan als je vast ingeroosterd wordt. Maar eens in de tien keer zegt iemand ‘Ja’, en dat is geweldig!”
Jongeren
Los van de vrijwilligers lopen er jaarlijks ook 50 tot 60 jongeren stage bij het museum. “Wat we merken aan de jongeren is dat ze hier echt tot leven komen: ze klimmen uit die mobiel, bouwen relaties op met anderen en groeien zichtbaar. Eén op de zeven blijft zelfs bij ons plakken, dat zijn leuke resultaten. Naast het leren van nieuwe vaardigheden en het ontdekken wat het betekent om maatschappelijk bij te dragen, krijgen ze er ook een nieuw sociaal netwerk bij. En niet onbelangrijk: een stage of bijbaan waarin je maatschappelijk meewerkt, is een sterke plus op je cv.”
Bloid
Dat het museum een echte familiestichting is, blijkt wel: zijn vrouw Janita werkt er fulltime, zijn zus maakt deel uit van het management en zelf groeide Lars erin op. Ondertussen zijn Janita en hij ook trotse ouders van twee jonge ‘babyboomers’ van bijna 3 en 1 jaar oud. Buiten het museum zet Lars zich ook in: hij vervult bestuursfuncties, vaak als penningmeester, bij sport- en toeristische verenigingen in Medemblik.
“Waar ik bloid van word in West-Friesland is dat we door onze collega-musea niet gezien worden als concurrent, maar als partner. Diezelfde gedachte van verbinding merken we ook vanuit het bedrijfsleven. Er worden bij en voor ons museum verbindingen gelegd, hulp aangeboden en dat geven we ook actief terug aan andere organisaties.
Daarom is het één van onze missies om ook meer bedrijven bij het museum te betrekken. Dat gebeurt al zeer regelmatig met sponsoring van diensten/ producten vanuit de identiteit van het bedrijf zelf, maar ook gebeurt het steeds meer dat ze hun bedrijfsuitje bij ons organiseren. Zo beleven ze zelf een leuke én interessante dag waarbij de inkomsten gelijk onze stichting helpen de broek grotendeels zelf op te kunnen houden. Veel bedrijven doen dit vanuit hun maatschappelijke betrokkenheid en ontdekken bij ons vanuit de geschiedenis hoe vrijheid, gelijkheid en saamhorigheid ook op de werkvloer van groot belang zijn. Met ons museum dragen we bij aan die verbinding, en dat is iets wat we in West-Friesland koesteren.”
